Fototoek


Fotogalerie van Jan-Maarten Goedkoop

Le Vingt-Deux Septembre
Le Vingt-Deux Septembre
09/24/2018
'Le vingt-deux septembre'  Georges Brassens

"On ne reverra plus, au temps des feuilles mortes"
"Et c'est triste de n'être plus triste sans vous"


Georges Brassens (Sète, 22 oktober 1921 – Saint-Gély-du-Fesc, 29 oktober 1981) was een Franse chansonnier.
Hoewel Brassens uitgroeide tot een van de populairste auteurs en vertolkers van het Franse chanson was zijn debuut moeizaam. Toen hij bekend werd, schreef hij al meer dan tien jaar chansons en had hij vrijwel zonder inkomsten geleefd. Als hij niet was geholpen door vrienden was hij onbekend gebleven en zou hij waarschijnlijk clochard zijn geworden.
Dankzij zijn vrienden kwam hij begin 1952 in contact met Patachou die in hem onmiddellijk een talent herkende. Zij voorspelde dat hij binnen een jaar beroemder zou worden dan zijzelf. Dat gebeurde inderdaad nadat hij in haar cabaret optrad. Moest optreden, want hij beschouwde zichzelf als auteur en componist, hij dacht er geen moment aan om zelf op te treden. 'Ik ben toch geen circusartiest!' had hij gezegd toen Patachou aandrong.
Hoewel Patachou enkele chansons van hem kocht, vond ze dat hij zijn eigen chansons moest zingen omdat ze zo persoonlijk waren dat niemand anders ze zou kopen. Hij werd door een deel van zijn publiek bemind om zijn non-conformistische liedjes, maar menigeen was geschokt door zijn directe taal.
Veel van zijn liedjes werden verboden voor de Franse en Zwitserse radio (soms gekuist).
Georges Brassens stierf in 1981 op zestigjarige leeftijd en werd bijgezet in het familiegraf van Brassens op de armenbegraafplaats 'Le Py' van Sète. Bron: Wikipedia.


Een mooi herfstlied van Georges Brassens over een voorbije liefde. Maar hoe hard hij de liefde ook achter zich zegt te hebben gelaten en hoe vaak hij tegen zichzelf heeft gezegd:  "Le vingt et deux septembre, aujourd'hui, je m'en fous", oftewel "De tweeëntwintigste september, precies vandaag, maakt het mij niets meer uit", echt weg lijkt de liefde toch niet.
"Et c'est triste de n'être plus triste sans vous" luidt de laatste zin. "Het maakt me verdrietig dat ik me zonder jou niet meer verdrietig voel" (" Toch wel jammer, dat 'k nu niet meer jammer om haar", vetaalt Gerard Wijnen het).
Of is het nooit weggeweest? "Désormais, le petit bout de cœur qui me reste.... A peine y pourrait-on rôtir quatre châtaignes". "Met het kleine vlammetje dat nog brandt, zou ik misschien nog net vier kastanjes kunnen poffen".
Toch een beetje als Bob Dylan in 'Don't Think Twice It's Alright'? De man met de stoere woorden en het kleine hartje?


In 1992 verscheen het boek Georges Brassens 77 gedichten en chansons vertaald door Gerard Wijnen.
Wijnen omschrijft de betekenis van Brassens voor hem als volgt:
"... Trouwe echtgenoten, overspelige vrouwen, hoeren, pastoors, doodgravers, moordenaars, de minstbedeelden, allen worden met dezelfde tolerantie en met dezelfde deernis bekeken. Alleen 'janzak in groepsverband' wordt niet geaccepteerd.
Het hele oeuvre is één grote aanmoediging om je eigen weg te kiezen en je niet door conventies te laten leiden. Persoonlijke vrijheid met als enige doel jezelf te worden ..."
Misschien komen die woorden wel heel dicht in de buurt van het begrip Anarchisme, zoals ik er zelf een beetje tegen aan kijk en in sta. Persoonlijke vrijheid, maar diezelfde vrijheid dan ook gegund aan ieder ander, hoe lastig dat soms ook is.


'Le vingt-deux septembre'  Georges Brassens

Un vingt et deux septembre au diable vous partites,
Et, depuis, chaque année, à la date susdite,
Je mouillais mon mouchoir en souvenir de vous...
Or, nous y revoilà, mais je reste de pierre,
Plus une seule larme à me mettre aux paupières:
Le vingt et deux septembre, aujourd'hui, je m'en fous.

On ne reverra plus, au temps des feuilles mortes,
Cette âme en peine qui me ressemble et qui porte
Le deuil de chaque feuille en souvenir de vous...
Que le brave Prévert et ses escargots veuillent
Bien se passer de moi et pour enterrer les feuilles:
Le vingt-e-deux septembre, aujourd'hui, je m'en fous.

Jadis, ouvrant mes bras comme une paire d'ailes,
Je montais jusqu'au ciel pour suivre l'hirondelle
Et me rompais les os en souvenir de vous...
Le complexe d'Icare à présent m'abandonne,
L'hirondelle en partant ne fera plus l'automne:
Le vingt et deux septembre, aujourd'hui, je m'en fous.

Pieusement nous d'un bout de vos dentelles,
J'avais, sur ma fenêtre, un bouquet d'immortelles
Que j'arrosais de pleurs en souvenir de vous...
Je m'en vais les offrir au premier mort qui passe,
Les regrets éternels à présent me dépassent:
Le vingt et deux septembre, aujourd'hui, je m'en fous.

Désormais, le petit bout de cœur qui me reste
Ne traversera plus l'équinoxe funeste
En battant la breloque en souvenir de vous...
Il a craché sa flamme et ses cendres s'éteignent,
A peine y pourrait-on rôtir quatre châtaignes:
Le vingt et deux septembre, aujourd'hui, je m'en fous.

Et c'est triste de n'être plus triste sans vous


'De Komst Van De Herfst'  Vertaling Gerard Wijnen

Met de komst van de herfst was ze voorgoed vetrtrokken.
En sindsdien, ieder jaar rond die tijd, 'k leek wel mesjokke,
Werd mijn zakdoek steeds nat, bij gedachten aan haar...
Nu is 't weer zover, maar ik blijf onbewogen
En geen enkele traan welt er nog uit mijn ogen:
Met de komst van de herfst, vandaag de dag, ben ik klaar.

In de tijd dat de bomen hun bladeren verliezen,
Zie je nu deze doler niet rouwen of kniezen
Bij elk blad dat er valt, bij gedachten aan haar...
*Najaarsstorm, vallend blad, geliefd bij poëten,
Maar dat 'k nog werk in haar tuintje dat kan ze vergeten:
Met de komst van de herfst, vandaag de dag, ben ik klaar.

Indertijd volgde ik, tamelijk goed in de veren,
Iedere vlucht van de zwaluw naar hogere sferen.
Brak mijn botten kapot, bij gedachten aan haar...
Van complexen van Icarus is nu geen sprake;
Nooit zal 't vertrek van 'm zwaluw het najaar meer maken:
Met de komst van de herfst, vandaag de dag, ben ik klaar.

Uit piëteit hangt nog steeds voor het raam in mijn straatje
'n Droogboeketje, gevat in haar kanten behaatje,
Dat 'k met tranen begoot, bij gedachten aan haar...
'k Geef het weg aan een lijk dat voorbij komt gedragen.
Om een grondeloos verdriet moet je mij niet meer vragen:
Met de komst van de herfst, vandaag de dag, ben ik klaar.

't Beetje hart dat nog klopt, staat voortaan terzijde,
De rampzalige grens zal 't niet meer overschrijden;
't Raakt de kluts niet meer kwijt, bij gedachten aan haar...
't Laaiend vuur is gedoofd, ook de as gaat verdoffen:
Met de komst van de herfst, vandaag de dag, ben ik klaar.

Toch wel jammer, dat 'k nu niet meer jammer om haar.

*Jacques Prévert en zijn slakken die moeten goed weten,
Dat ze mij bij 't begraven wel kunnen vergeten:


Wie chansons van Brassens in het Nederlands wil horen of lezen zou eens kunnen kijken op de site van Gerard Wijnen.