Fototoek


Fotogalerie van Jan-Maarten Goedkoop

Fototoek | Vrije Fotografie | Songteksten | Les Amoureux Des Bancs Publics

Les Amoureux Des Bancs Publics
Les Amoureux Des Bancs Publics
2018年10月09日
Les Amoureux Des Bancs Public  Georges Brassens

"En s'foutant pas mal du regard oblique
Des passants honnêtes".


Georges Brassens (Sète, 22 oktober 1921 – Saint-Gély-du-Fesc, 29 oktober 1981) was een Franse chansonnier.
Hoewel Brassens uitgroeide tot een van de populairste auteurs en vertolkers van het Franse chanson was zijn debuut moeizaam. Toen hij bekend werd, schreef hij al meer dan tien jaar chansons en had hij vrijwel zonder inkomsten geleefd. Als hij niet was geholpen door vrienden was hij onbekend gebleven en zou hij waarschijnlijk clochard zijn geworden.
Dankzij zijn vrienden kwam hij begin 1952 in contact met Patachou die in hem onmiddellijk een talent herkende. Zij voorspelde dat hij binnen een jaar beroemder zou worden dan zijzelf. Dat gebeurde inderdaad nadat hij in haar cabaret optrad. Moest optreden, want hij beschouwde zichzelf als auteur en componist, hij dacht er geen moment aan om zelf op te treden. 'Ik ben toch geen circusartiest!' had hij gezegd toen Patachou aandrong.
Hoewel Patachou enkele chansons van hem kocht, vond ze dat hij zijn eigen chansons moest zingen omdat ze zo persoonlijk waren dat niemand anders ze zou kopen. Hij werd door een deel van zijn publiek bemind om zijn non-conformistische liedjes, maar menigeen was geschokt door zijn directe taal.
Veel van zijn liedjes werden verboden voor de Franse en Zwitserse radio (soms gekuist).
Georges Brassens stierf in 1981 op zestigjarige leeftijd en werd bijgezet in het familiegraf van Brassens op de armenbegraafplaats 'Le Py' van Sète. Bron: Wikipedia


Een mooi lied over verliefde stelletjes die je overal op bankjes in het openbaar kan zien. Ze schamen zich er, in tegenstelling tot de 'keurige' passanten, die vaak eigenlijk alleen maar wat jaloers zijn, niet voor om te laten merken hoeveel ze van elkaar houden.
"En s'foutant pas mal du regard oblique
Des passants honnêtes".
"Ze hebben lak aan de meewarige blik van de 'keurige' voorbijgangers".
"Ils se tiennent par la main,
Parlent du lendemain".
"Hand in hand maken ze vast plannetjes voor morgen".
"En s'disant des "Je t'aime pathétiques",
Ont des p'tits gueules bien sympathiques!".
"Als ze zo nadrukkelijk tegen elkaar zeggen '"ik hou van jou", hebben ze zulke lieve koppies!".
'1964 : Les amoureux des bancs publics' op YouTube. Bron: Archive INA.

In 1992 verscheen het boek Georges Brassens 77 gedichten en chansons vertaald door Gerard Wijnen.
Wijnen omschrijft de betekenis van Brassens voor hem als volgt:
"... Trouwe echtgenoten, overspelige vrouwen, hoeren, pastoors, doodgravers, moordenaars, de minstbedeelden, allen worden met dezelfde tolerantie en met dezelfde deernis bekeken. Alleen 'janzak in groepsverband' wordt niet geaccepteerd.
Het hele oeuvre is één grote aanmoediging om je eigen weg te kiezen en je niet door conventies te laten leiden. Persoonlijke vrijheid met als enige doel jezelf te worden ..."
Misschien komen die woorden wel heel dicht in de buurt van het begrip Anarchisme, zoals ik er zelf een beetje tegen aan kijk en in sta. Persoonlijke vrijheid, maar diezelfde vrijheid dan ook gegund aan ieder ander, hoe lastig dat soms ook is.


'Les Amoureux Des Bancs Public'  Georges Brassens

Les gens qui voient de travers
Pensent que les bancs verts
Qu'on voit sur les trottoirs
Sont faits pour les impotents ou les ventripotents.
Mais c'est une absurdité,
Car, à la vérité,
Ils sont là, c'est notoire
Pour accueillir quelque temps les amours débutants.

Les amoureux qui s'bécotent sur les bancs publics,
Bancs publics, bancs publics,
En s'foutant pas mal du regard oblique
Des passants honnêtes,
Les amoureux qui s'bécotent sur les bancs publics,
Bancs publics, bancs publics,
En s'disant des "Je t'aime" pathétiques,
Ont des p'tits gueules bien sympathiques!

Ils se tiennent par la main,
Parlent du lendemain,
Du papier bleu d'azur
Que revêtiront les murs de leur chambre à coucher...
Ils se voient déjà, doucement,
Elle cousant, lui fumant,
Dans un bien-être sûr,
Et choisissent les prénoms de leur premier bébé...

Les amoureux qui s'bécotent sur les bancs publics,
Bancs publics, bancs publics,
En s'foutant pas mal du regard oblique
Des passants honnêtes,
Les amoureux qui s'bécotent sur les bancs publics,
Bancs publics, bancs publics,
En s'disant des "Je t'aime'" pathétiques,
Ont des p'tits gueules bien sympathiques!

Quand la saint' famille Machin
Croise sur son chemin
Deux de ces malappris,
Elle décoche hardiment des propos venimeux...
N'empêche que toute la famille
(Le père, la mère, la fille, le fils, le Saint-Esprit...)
Voudrait bien, de temps en temps,
Pouvoir s'conduire comme eux.

Les amoureux qui s'bécotent sur les bancs publics,
Bancs publics, bancs publics,
En s'foutant pas mal du regard oblique
Des passants honnêtes,
Les amoureux qui s'bécotent sur les bancs publics,
Bancs publics, bancs publics,
En s'disant des "Je t'aime'" pathétiques,
Ont des p'tits gueules bien sympathiques!

Quand les mois auront passé,
Quand seront apaisés
Leurs beaux rêves flambants,
Quand leur ciel se couvrira de gros nuages lourds,
Ils s'apercevront, émus,
Qu'c'est au hasard des rues,
Sur un d'ces fameux bancs,
Qu'ils ont vécu le meilleur morceau de leur amour...

Les amoureux qui s'bécotent sur les bancs publics,
Bancs publics, bancs publics,
En s'foutant pas mal du regard oblique
Des passants honnêtes,
Les amoureux qui s'bécotent sur les bancs publics,
Bancs publics, bancs publics,
En s'disant des "Je t'aime'" pathétiques,
Ont des p'tits gueules bien sympathiques!